Kleurenleer

Kleurenleer

Hier zullen we het hebben over de theorie rond kleurenleer. Wat is kleur eigenlijk? Wat is de kleurenleer van Johannes Itten of de kleurenleer van Goethe. Wat is het verschil tussen de subtractieve kleurenmenging of het additief kleurenmengsysteem? Hoofdstuk per hoofdstuk leggen we je uit wat kleurenleer pressies inhoud.

 

TIP!

Lees de samenvattingen:

Geen zin om dit alles te lezen voor je iets weet over kleurenleer?

Lees dan enkel deze kadertjes met samenvattingen die je ziet aan het einde van elk hoofdstuk, daar steek je reeds heel wat van op!

INDEX:

 

 

 

 


WAT IS KLEURENLEER?


kleurencirkel van wetenschapper Michel Eugène Chevreul (1786-1889).
kleurencirkel van wetenschapper Michel Eugène Chevreul (1786-1889).

Kleurenleer is de leer omtrent de studie van kleuren. De studie omtrent kleur is reeds eeuwen oud. Overal ter wereld vinden mensen kleuren fascinerend om mee te experimenteren. Kleur is niet alleen het uiterlijk, hetgeen we zien, het heeft een invloed op onze gevoelens. Het kan ook indrukken nalaten in vorm en ruimte. Kleuren kunnen elkaar beïnvloeden. Ze zijn afhankelijk van licht en veranderlijk onder verschillende soorten licht. Kleuren zijn dus psychisch en wetenschappelijk heel interessant!

Wat is kleurenleer? Kleurenleer is de leer die voortvloeit uit de studie van kleuren in elk aspect en voor elke toepassing.

 

Personen die heel bekend zijn in de theorie van de kleurenleer zijn onder andere Isaak Newton (kleurenprisma), Johann Wolfgang von Goethe, Wilhelm Ostwald, Johannes Itten, ...

 

In vele studierichtingen is kleurenleer verplichte leerstof. Denk maar aan richtingen in het kunstonderwijs of interieurvormgeving. Ook modeontwerpers of mensen uit de grafische sector dienen deze theorieën te kennen.

 

 

Oneindig veel kleuren

KleurenwaaierEr bestaan ontelbaar vele kleuren. Wanneer je in de verfwinkel voor een verfassortiment staat kan het soms lastig zijn om precies die kleur te vinden die je wilt.

Het zou in bepaalde vakgebieden minder lastig zijn moest je weten dat je, buiten wit en zwart, maar drie kleuren nodig hebt om al deze kleuren te mengen. Deze zijn magenta, cyaan en primary geel. Die kleuren heten wij de hoofdkleuren in de subtractieve kleurenmenging. Volgens de constructieve kleurenleer, de kleurenleer van itten, mengen we met rood, geel en blauw. We beginnen hier in het hoofdstuk hierna met het bespreken van de constructieve kleurenleer, maar eerst vragen we ons af "wat is kleur eigenlijk?"

 

 

 

AFBEELDING: het kleurenspectrum of lichtspectrum
AFBEELDING: het kleurenspectrum of lichtspectrum

Wat is kleur eigenlijk?

- Kleur ontstaat bij de aanwezigheid van licht. Zonder licht is alles donker en dus zwart. Zwart is dus natuurkundig gezien geen kleur, het is enkel "het ontbreken van licht". -

 

Isaac Newton bemerkte dat toen hij een straal zonlicht door een glazen prisma liet schijnen, het licht zich ging opsplitsen in de kleuren van de regenboog. Daarvoor, in 1648, had Johannes Marcus Marci dit ook reeds opgemerkt waarbij hij de spectrale kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw en violet ontdekte. Dit werd het kleurenspectrum of lichtspectrum genaamd. Licht bestaat dus niet uit één enkele straal, maar uit verschillende stralen met elk hun golflengte. Iedere straal heeft zo zijn eigen kleur.

SAMENVATTING:

WAT IS KLEURENLEER

Kleurenleer is de leer omtrent de studie van kleuren.

Wat is kleur?

Kleur ontstaat bij de aanwezigheid van licht. Zonder licht is alles donker en dus zwart. Zwart is dus natuurkundig gezien geen kleur, het is enkel "het ontbreken van licht

Eigen en geleende kleuren:

stoffen met geleende kleuren zijn stoffen die het licht absorberen (nemen) en de kleur weerkaatsen (terug geven). Zij hebben als het ware de kleur "geleend".

Eigen kleuren zijn stoffen die hun eigen licht uitstralen in een bepaalde kleur zoals gloeiende kolen.

 

 

 

Een kleur van een vlak of voorwerp word bepaald door de stralen die het terugkaatst die door ons oog worden opgevangen. Bij zwart bijvoorbeeld word praktisch alle licht geabsorbeerd, en bij wit word het meeste licht teruggekaatst. Bij blauw worden alle lichtgolven geabsorbeerd, behalve de blauwe, die word teruggekaatst en opgevangen door onze ogen. Het vlak leent dus een kleur van het licht die hij onmiddellijk terugkaatst. Dit heten wij "geleende kleuren". De kleur word dan bepaald door de pigmenten die zich in het oppervlak bevinden. Deze pigmenten gebruiken we in de vorm van poeder of in vloeibare vorm ook in verf om iets in een bepaalde kleur te zetten. Door verfkleuren te mengen kunnen we zo andere kleuren bekomen.

 

 

 

Een voorwerp kan ook een kleur uitstralen, denk maar aan een roodgloeiend ijzer, of oranje gloeiende kolen. Deze kleuren noemen we "eigen kleuren", omdat de lichtstralen die de kleur bepalen afkomstig zijn van het voorwerp zelf.

 

Meer informatie hierover, zie het artikel "Geleende- en eigen kleuren".

 

 

 

 

 

 


DE CONSTRUCTIEVE KLEURENLEER


AFBEELDING: Johannes Itten, grondlegger van de constructieve kleurenleer
AFBEELDING: Johannes Itten, grondlegger van de constructieve kleurenleer

De constructieve kleurenleer is een theorie van Johannes Itten. Zijn theorie is tot op vandaag nog de meest besproken leerstof in de hedendaagse kleurenleer. De meest gebruikte kleurencirkel in de moderne kunst is dan ook nog steeds de kleurenroos van Johannes Itten. Deze is twaalfdelig en heeft drie hoofdkleuren.

 

 

 

 

 

 

De hoofdkleuren

AFBEELDING: kleurencirkel van Johannes Itten met hoofdkleuren geel, rood en blauw.
AFBEELDING: kleurencirkel van Johannes Itten met hoofdkleuren geel, rood en blauw.

Het mengsysteem volgens de kleurenroos van Itten bevat de hoofdkleuren Geel, Rood en Blauw. Dit vormt de basis van de constructieve kleurenleer. Door het mengen van deze hoofdkleuren, of primaire kleuren, kunnen we de secundaire kleuren bekomen. Deze Liggen op de kleurencirkel net tussen de primaire kleuren in en zijn Oranje, Paars en Groen. Daartussen bevinden zich de tertiaire kleuren. Men kan de kleurencirkel opsplitsen in zoveel tinten als men maar wil.

Het is belangrijk, wanneer we kleuren mengen, dat onze hoofdkleuren zuiver zijn. Geel bijvoorbeeld die ietsje naar de rode kant schijnt kan wanneer je het mengt met blauw een wat grijzig groen voortbrengen in plaats van zuiver groen. Geel in verf is dus "primary yelow" of "citroengeel", voor blauw neem je best "cyaanblauw" en als rood "primary red", "naftolrood" of "pyrolle rood".

 

Kleurcontrasten

Wanneer men twee kleuren naast elkaar plaatst waar wij een tegenstelling van ervaren spreken wij van een kleurcontrast. Wanneer dan deze tegenstellingen maximaal zijn, dan spreekt men van polaire contrasten.

Om de ene kleur van de andere te onderscheiden zijn wij gebonden aan vergelijkingen om dingen met onze zintuigen te kunnen ervaren. Bijvoorbeeld: een bal zal groot lijken wanneer we hem naast een klein balletje leggen. Diezelfde bal lijkt dan weer kleiner wanneer je die naast een nog grotere bal ziet liggen. Dus afhankelijk van de vergelijking veranderd onze zintuiglijke interpretatie. Zo zal ook de werking van een kleur naast een van hem contrasterende kleur worden versterkt of verzwakt.

Volgens de kleurenleer van Johannes Itten zijn er zeven verschillende kleurencontrasten vastgesteld. Deze worden in de hedendaagse kleurenleer als algemene norm aanvaard. De zeven kleurcontrasten zijn: het complementair contrast; het simultaan contrast; het licht-donkercontrast; het koud-warm contrast; het kleur-tegen-kleurcontrast; het kwaliteitscontrast; het kwantiteitscontrast. Hieronder zullen we ze alle zeven één voor één even bespreken.

 

Het complementair Kleurcontrast

Kleurenleer: complementaire kleurenKleuren die complementair in verhouding tot elkaar staan, zijn de tegenover elkaar staande kleuren in de kleurencirkel (model van Itten). Deze kleuren geven een sterk contrast aan elkaar, maar vragen tevens naar elkaar (zie simultaaneffect). Ze versterken elkaars kleur wanneer ze naast elkaar worden geplaatst. Wanneer je complementaire kleuren met elkaar mengt, dan bekom je grijs.

Een voorbeeld van een complementair contrast is het contrast tussen de hoofdkleuren en de in de kleurencirkel tegenoverstaande secundaire kleuren:

  • ROOD - GROEN
  • GEEL - PAARS
  • BLAUW - ORANJE

De complementaire kleur van een hoofdkleur is dus steeds een tertiaire kleur. Dit maakt dat bij menging van deze twee kleuren steeds alle drie de hoofdkleuren aanwezig zijn.

 

 

 

Het simultaan Kleurcontrast

Kleurenleer: simultaan kleurencontrastWanneer ons oog een kleur opvangt vraagt het automatisch naar zijn complementaire kleur. Dit effect heten we het simultaaneffect. De contrastkleur is dan de simultane kleur.

Wanneer we lang genoeg naar een blauw oppervlak staren en we sluiten dan onze ogen, dan zien wij niets dan oranje. Hetzelfde geld omgekeerd. Bekijk de afbeelding rechtsboven eens. De vierkantjes in het midden lijken bij elk een ander grijs. In het rode vlak zin we een koud grijs staan en in het groene vlak nemen we een warm grijs waar. Werkelijk is het grijs hetzelfde, maar ons oog vangt het anders op doordat het vraagt naar de afwezige kleur.

Wanneer men een zuivere kleur uit de twaalfdelige kleurenroos neemt en deze naast de kleur plaatst die net naast de complementaire kleur ervan staat, dan zal het simultaaneffect ervoor zorgen dat deze kleuren, ook al zijn deze niet volledig complementair, toch de complementaire kleuren in elkaar oproepen.

 

 

 

Het licht-donker Kleurcontrast

Kleurenleer: licht-donker kleurencontrastVerschillende toonwaarden tegenover elkaar geven een licht-donker contrast weer. Tussen licht en donker vind men alle toonwaarden. Uiterst zwart is de donkerste waarde en uiterst wit is de lichtste toonwaarde. Daartussen vind men grijswaarden met in het midden het neutrale grijs.

 

Wanneer men bonte kleuren (kleuren van de kleurenroos) gaat mengen met wit of zwart creëert men een verscheidenheid in de toonwaarde van de kleur. Men kan kleuren in intensiteit of straalkracht verhogen en verlagen of naar elkaar toebrengen door de toonwaarde te wijzigen.

 

 

 

Het koud-warm Kleurcontrast

Kleurenleer: koud-warm kleurencontrastWe kunnen de kleurenroos middendoor opsplitsen in twee kleurcategorieën, namelijk de warme en de koude kleuren.

De warme kleuren zijn geel, geeloranje, oranje, roodoranje, rood en roodpaars. De koude kleuren zijn paars, blauwpaars, blauw, blauwgroen, groen en geelgroen. Deze komen gevoelsmatig warm of koud over.

In proeven heeft men aangetoond dat in twee werkruimten waarvan de ene blauwgroen en de andere roodoranje geschilderd was, het gevoel voor koude en warmte drie tot vier graden verschilde.

Koud- warm contrast kan ook worden gedefinieerd als rustgevend en opwindend. De koude kleuren zijn rustgevende kleuren en de warme zijn opwindende kleuren.

 

 

 

Het kleur-tegen-kleurcontrast

Kleurenleer: kleur-tegen-kleurencontrastHet kleur-tegen-kleurcontrast gaat uit van de primaire kleuren rood, geel en blauw. Als je die naast elkaar zet krijg je een erg sterk kleurcontrast. Het contrast is het sterkst als de kleuren zo puur mogelijk zijn. Als je verzadigde kleuren mengt met andere kleuren wordt het contrast gelijk een stuk minder, maar wanneer je ook witte en zwarte vlakken er bij plaatst zul je zien dat het contrast alleen nog maar scherper wordt.

De kracht van de kleur tegen kleurwerking neemt af, naarmate de gebruikte kleuren zich verwijderen van de primaire kleuren. De werking van de secundaire kleuren zijn in dit verband minder sterk, die van de tertiaire kleuren is natuurlijk nog minder. Ook wanneer de kleuren minder fel of helder worden, neemt de werking van het contrast af.

 

 

 

Het Kleurkwaliteitscontrast

De kwaliteit van een kleur word bepaald door de graad van zuiverheid of verzadiging van de kleur. Het kleurkwaliteitscontrast is dus de tegenstelling tussen verzadigde heldere kleuren en doffe vertroebelde kleuren.

kleuren kunnen op vier verschillende manieren vertroebeld of gebroken worden: met wit; met zwart; met grijs; met de complementaire kleur.

 

 

 

Het Kleurkwantiteitscontrast

Het kwantiteitscontrast heeft betrekking op de grote van het ene kleurvlak tegenover het andere. Het contrast is dus de tegenstelling tussen ‘groot en klein’ of ‘veel en weinig’.

SAMENVATTING:

CONSTRUCTIEVE KLEURENLEER

De hoofdkleuren van de constructieve kleurenleer zijn Geel, Rood en Blauw. Deze kleurenleer is een theorie van Johannes Itten. Ook hij beschreef de zeven kleurcontrasten.

7 kleurcontrasten:

  • het complementair contrast
  • het simultaan contrast
  • het licht-donkercontrast
  • het koud-warmcontrast
  • het kleur-tegen-kleurcontrast
  • het kwaliteitscontrast
  • het kwantiteitscontrast

     

    De stralingskracht van kleuren is echter veelal verschillend. Om ze bij elkaar te plaatsen, en toch de een niet te laten overheersen bij de ander, moet er rekening worden gehouden met de oppervlakte van de kleuren. De waarde van de stralingskracht zou je in getalsverhoudingen kunnen uitdrukken, daarbij moet je wel uitgaan van zuivere kleuren.

    Stralingskracht of lichtwaarde (volgens Goethe):

    Stralingskracht of lichtwaarde van kleuren volgens Goethe is geel 9, oranje 8, rood 6, violet 3, blauw 4, groen 6.

    De waarden van de complementaire kleuren luiden:

    Waarden complementaire kleuren volgens Goethe

     

     

     

     

     


    DE KLEURENLEER VAN GOETHE


    AFBEELDING: Johann Wolfgang von Goethe - schilderij van Joseph Karl stieler uit 1828
    AFBEELDING: Johann Wolfgang von Goethe - schilderij van Joseph Karl stieler uit 1828

    Goethe was niet alleen dichter, hij was tevens erkend natuurwetenschapper, wat zelfs zijn hoofdberoep was. In 1810 publiceerde hij zijn werk "Zur Farbenlehre", hetgeen wij nu kennen als "De Kleurenleer van Goethe". De theorie van zijn kleurenleer is gebaseerd op twee hoofdkleuren en licht en donker.

    Het werk van Goethe is vooral gebaseerd op natuurwetenschappelijke waarnemingsverschijnselen. Doordat zijn theorie enkel op waarneming is gericht, is er nooit grote waardering geuit geweest voor Goethe's werk. Ook nadat Newton de theorie hat bewezen van het splitsen van een lichtbundel door een prisma, was Goethe zeer verbaasd dat zijn zelfde reeds verlopen experiment met de prisma niets had opgeleverd. Toch, zo word verklaard, zou de theorie van Newton zijn theorie ondersteunen, in die zin dat Goethe's experiment mislukte doordat het toen een mistige dag zou zijn geweest, het dan ook overal even licht was en er zo geen wisselwerking was tussen licht en donker dat nodig is voor het ontstaan van kleur.

     

    Twee hoofdkleuren en de wisselwerking van licht en donker

    De twee hoofdkleuren van de kleurenleer van Goethe zijn hemelsblauw (cyaan) en geel. De kleuren zijn gebaseerd op waarneming door onze atmosfeer en vormen een oerpolariteit waaruit elke andere kleur ontstaat. Blauw zou ontstaan door het zien van donker door het licht zoals bijvoorbeeld onze atmosfeer, de hemel, die zonder licht donker is, maar wanneer de zon (het licht) erdoor schijnt er een hemelsblauwe kleur ontstaat. Geel zou dan ontstaan door licht dat door het donker heen schijnt, zoals bijvoorbeeld stralen zonlicht die in een donkere ruimte binnenstralen.

     

    De intensivering van kleur

    Door "intensivering" van een kleur zou volgens Goethe een andere kleur ontstaan. De intensivering van geel bijvoorbeeld zou men kunnen waarnemen bij een ondergaande zon, wanneer het geel van de zon in rood veranderd omdat, zo verklaart Goethe, het witte licht een langere afstand door onze atmosfeer aflegt (geïntensiveerd licht door het donker). Anderzijds ontstaat bij de "intensivering" van blauw de kleur violet, zoals je de hemel ziet bij een ondergaande zon (geïntensiveerd donker door het licht). Dit zou ook de verklaring zijn voor de gevoelsmatige "warme en koude kleuren".

    SAMENVATTING:

    KLEURENLEER VAN GOETHE

    De kleuren hemelsblauw en geel vormen een oerpolariteit waaruit elke andere kleur ontstaat. Door intensivering ontstaat rood uit geel en violet uit blauw. Groen is de schakel tussen de twee oerpolaritaire kleuren en magenta is de schakel tussen warme en koude kleuren.

    wanneer men de kleuren verdeeld in twee driehoeken die samen een davidster vormen, dan bekomen we het subtractief en additief mengsysteem.

     

    De kleurencirkel van Goethe

    Om nu de kleuren te vervolledigen van Goethe's theorie gaan we enerzijds zien naar het groen van de plantengroei, die een schakel is tussen de warme kleur geel en de koude kleur blauw. Anderzijds zien we naar het zogenaamde purper (doelende op magenta) dat zowel warm als koud in zich draagt en tussen de geïntensiveerde kleuren rood en violet ligt.

    Kleurenleer - Kleurencerkel Goethe
    AFBEELDING: de kleurencirkel van Goethe wordt afgebeeld als een Davidster.

    De kleuren worden afgebeeld in een "Davidster" waarbij opvalt dat de kleuren in de ene driehoek de kleuren zijn van het subtractief mengsysteem (drukken, verf), en de kleuren in de andere driehoek die van het additief mengsysteem zijn (beeldschermtechnologie).

     

     

     

     

     

     


    SUBTRACTIEVE KLEURENMENGING "CMY"


    CMY - kleuren
    CMY - kleuren

    Subtractie komt van het Latijn en word vrij vertaald als aftrekken. Wit licht raakt het vlak, het vlak absorbeert kleur of trekt af, en weerkaatst de overige kleur.

     

    De 3 hoofdkleuren

    De primaire kleuren van dit mengsysteem zijn cyaan (C), magenta (M) en geel [citroengeel] (Y van yellow). Wanneer we alle primaire kleuren van het subtractieve kleurenmengsysteem in een correcte verhouding mengen word bijna alle licht geabsorbeerd, of afgetrokken en bekomen we een zeer donker grijs.

    Heel diep zwart kan met verf echter niet worden verkregen door het mengen van die hoofdkleuren aangezien wij in pigmenten niet alle spectrale kleuren van een totale zuiverheid hebben. Het beste resultaat krijgen we hierin door drie glaasjes in de hoofdkleuren elkaar overlappend op een witte achtergrond te leggen.

    De toepassing hiervan vind vooral plaats in de grafische sector. Ook je printer thuis maakt gebruik van dit systeem.

     

    De naam "CMYK"

    De naam kan worden afgeleid van de hoofdkleuren cyaan (C), magenta (M) en geel (Y van yellow), maar vanwaar die "K"? De "K" staat voor zwart wat men in de drukkersterm "Key" heet, vandaar dat men "CMYK" plaatst als het gaat over vierkleurendruk. Het zwart heeft men nodig omdat er door menging van de hoofdkleuren nooit geen diep zwart kan worden verkregen omdat de pigmenten niet zuiver genoeg kunnen worden gemaakt.

     

    SAMENVATTING:

    SUBTRACTIEVE KLEURENMENGSYSTEEM

    De hoofdkleuren van dit systeem zijn cyaan (C), magenta (M) en geel [citroengeel] (Y van yellow). Subtractie komt van het Latijn en word vrij vertaald als aftrekken. Wit licht raakt het vlak, het vlak absorbeert kleur of trekt af, en weerkaatst de overige kleur.

    Kleuren mengen met cyaan, magenta en geel

    Het subtractieve kleurenmengsysteem is het beste systeem om met verf kleuren te mengen. Je kunt er alle kanten mee uit! Sommigen zeggen, maar we hebben toch rood nodig? Nee, want dat kun je maken met magenta en een beetje geel, en voila, je hebt rood. Ook het onderling mengen van de complementaire kleuren is zeer lonend bij dit systeem omdat je, wanneer goed uitgevoerd, een bijna zwart kunt creëren of eerder een zeer neutraal diep donker grijs.

     

     

     

     


    ADDITIEVE KLEURENMENGING "RGB"


    RGB - kleuren
    RGB - kleuren

    Dit is een menging van "eigen kleuren" of kleuren afkomstig van gefilterd licht. Het gaat hier dus over het mengen van licht in verschillende kleuren. Wanneer hierin het licht van de primaire kleuren word samengevoegd krijg je wit licht.

    Additief betekend dan ook vrij vertaald “optellen”. Men telt kleuren op om andere kleuren te bekomen. De hoofdkleuren in dit systeem zijn rood (R), groen (G), en blauw (B).

    SAMENVATTING:

    ADDITIEF KLEUREN-MENGSYSTEEM

    Additief betekend dan ook vrij vertaald “optellen”. Men telt kleuren op om andere kleuren te bekomen. De hoofdkleuren in dit systeem zijn rood (R), groen (G), en blauw (B). Het systeem wordt gebruikt in de beeldschermtechnologie of in computersoftware.

    Toepassing van additieve kleurenmenging

    Deze toepassing word vooral gebruikt in de beeldschermtechnologie of in computersoftware. Voor grafisch kunstenaars is kennis van het additief mengsysteem vaak belangrijk, maar voor de kunstschilder is dit enkel bijkomende informatie zonder enig toepassingsgebied voor het mengen van verf.

    Categorie